We begonnen niet bij Microsoft 365. We begonnen bij een vraag die eenvoudiger klinkt dan hij is: wie, en wat, kijkt er eigenlijk in die mappen?
Eerst de kaart, dan de verhuizing
Per schijf brachten we in kaart wat erop stond, van wie het was en wie erbij moest. Daarna volgden we de draden: applicaties en koppelingen die bestanden lezen of schrijven, exports uit bronsystemen, scan- en printstromen, snelkoppelingen op werkplekken, macro’s en sjablonen met vaste paden.
Dat is speurwerk. Een migratietool zet een bestand netjes over, maar past de paden erin niet aan. Dus zaten we systeem voor systeem met de applicatiebeheerders aan tafel en namen we per afhankelijkheid een besluit:
- Verhuizen naar Teams, SharePoint of OneDrive, als mensen ermee samenwerken.
- Omleiden naar een nieuwe locatie, als een systeem alleen een andere bestemming nodig heeft.
- Tijdelijk een netwerkpad houden voor een systeem dat er nog van afhangt, tot de koppeling is omgezet.
Zo lag vóór de eerste verhuizing vast wat er ging, wat er tijdelijk bleef en waarom. Elke draad had een eigenaar en een besluit.
Van schijfletter naar teams en kanalen
Toen de kaart klopte, kreeg alles een nieuwe plek. Alle data van de netwerkschijven ging naar teams, kanalen en groepen in Teams, met SharePoint en OneDrive eronder. De indeling volgt de organisatie, niet de mappenboom van vroeger. Persoonlijke bestanden horen in OneDrive. Een afdeling krijgt een team, met kanalen voor de onderdelen. Wat voor een kleine kring bedoeld is, krijgt een eigen, afgeschermde plek.
Neem de managementsecretaresse op de middag voor het managementoverleg. Op een netwerkschijf is dat het uur van de stapel pdf’s, drie versies van hetzelfde stuk en de mail ‘nu met de goede bijlage’. In Teams staat het vergaderstuk op één plek, met de juiste rechten, en werkt iedereen in hetzelfde document. Wie zijn bijdrage nog moet leveren, ziet dat zelf ook.
Eén account, de juiste deuren
Een ziekenhuis is een gebouw vol deuren, en niet iedereen hoort achter elke deur. Digitaal is dat niet anders.
We richtten de toegang zo in dat iedere medewerker één account heeft, op het eigen netwerk en in de cloud: hybride identiteit. Daarboven bepalen regels wie waar binnenkomt. Meervoudige verificatie (MFA) is de standaard. Conditional Access kijkt naar wie inlogt, vanaf welk apparaat en vanaf waar. Gevoelige omgevingen zijn alleen bereikbaar vanaf beheerde apparaten die aan het beleid voldoen.
Dan de gedeelde werkplek op de afdeling, waar in één dienst meerdere collega’s achter hetzelfde scherm zitten. Die vroeg een eigen aanpak, zodat de volgende collega nooit in de sessie van de vorige terechtkomt.
Het EPD blijft het dossier
Het uitgangspunt was helder: het EPD blijft de plek voor patiëntgegevens. Teams werd de plek om samen te werken aan alles rond de patiënt: roosters, protocollen, werkoverleg en vergaderstukken. Niet aan het dossier zelf.
Een goed uitgangspunt alleen is niet genoeg. Om drie uur ’s nachts, aan het eind van een lange dienst, wil iemand iets snel delen. Dan moet de omgeving zelf meehelpen. Dus bouwden we de bescherming erin:
- Classificatie en gevoeligheidslabels per team en site, die bepalen wie erbij kan en of delen buiten het ziekenhuis mag.
- Data loss prevention (DLP) die burgerservicenummers en patiëntnummers herkent in bestanden, chats en mail, en dan waarschuwt of blokkeert.
- Gasttoegang standaard dicht. Samenwerken met externen is een bewuste keuze, per team.
- Bewaarbeleid per soort document, in lijn met de bewaarregels van het ziekenhuis.
- Auditlogging die aansluit op het informatiebeveiligingsbeleid van het ziekenhuis (NEN 7510). De NEN 7513-logging van wie een dossier inzag, blijft in het EPD, waar het dossier staat.
- Gegevensopslag in de EU, binnen de EU Data Boundary van Microsoft.
Risicobesluiten nam het ziekenhuis zelf. Wij zorgden dat de techniek ze uitvoert.
De migratie naar Microsoft 365, afdeling voor afdeling
Pas toen begon het verhuizen. Niet in één grote klap, maar in golven: per afdeling en per locatie.
Een golf begint onzichtbaar. Op de achtergrond gaat de data over, terwijl iedereen gewoon op de oude schijf doorwerkt. Deltasynchronisaties nemen daarna alleen nieuwe en gewijzigde bestanden mee.
Dan het moment zelf. De overstap viel steeds in een vooraf vastgesteld wisselvenster, buiten de drukke momenten van de zorg: niet vlak voor het ochtendspreekuur, niet midden in een dienstoverdracht. De oude schijf ging op alleen-lezen, de laatste synchronisatie liep en de afdeling werkte verder in Teams. Voor elke golf lag een terugdraaiplan klaar.
Bij twijfel gaat een afdeling niet over. De planning wijkt voor de zorg, niet andersom.
Oud en nieuw stonden een tijd naast elkaar, en daar is een reden voor. Om tien over drie ’s nachts zoekt een verpleegkundige van de nachtdienst de checklist voor een handeling die ze een paar keer per jaar doet. Er staat geen IT’er naast haar en ze heeft geen tijd voor een zoektocht. Ze vindt hem: in het kanaal van haar afdeling, of anders nog op de oude plek, waar hij alleen nog te lezen is. Zo’n vangnet is geen luxe. Het is het verschil tussen doorwerken en zoeken.
Teams per rol, niet per handleiding
Bestanden verhuizen is het zichtbare deel. Het eigenlijke werk is mensen laten wennen aan een andere manier van samenwerken. Een baliemedewerker werkt anders dan een poliassistent, en een managementsecretaresse weer anders dan allebei. Daarom begeleidden we medewerkers per rol, aan de hand van hun eigen werk. Zo kan dat eruitzien:
- Balie en receptie: een kanaal voor wat er die dag speelt. Een spreekuur dat uitloopt, een lift die stilstaat: één bericht en de hele balie weet het, in plaats van een rondje bellen.
- Doktersassistenten en poliassistenten: de ochtendhuddle, de kamerindeling en de protocollen op één plek, en een kort bericht aan de arts zonder patiëntgegevens.
- Nachtdienst: de documenten die ’s nachts nodig zijn, vastgezet bovenaan het kanaal van de afdeling.
- Management en managementsecretariaten: vergaderstukken samen bewerken, actielijsten bijhouden en vergaderen in Teams.
- Andere functies: dezelfde aanpak, steeds vanuit het eigen werkproces.
Op de dag van de overstap liepen er mensen van ons over de afdeling, om vragen meteen op te lossen. In de dagen daarna bleef er extra ondersteuning.
Copilot als laatste hoofdstuk
Copilot kan bij alles waar een medewerker zelf bij kan. Staan rechten ergens te ruim, dan haalt Copilot die inhoud net zo makkelijk naar boven als een collega die de verkeerde map opent. Alleen sneller. Daarom zetten we Copilot pas aan als de rechten en labels in de nieuwe omgeving kloppen.
In dit ziekenhuis integreerden we Microsoft Copilot en trainden we medewerkers in het gebruik. Na een overleg in Teams staat er een verslag klaar: wat er besproken is, welke besluiten er vielen en wie welke actie oppakt. Een lange mailwisseling wordt een korte samenvatting, een lastige mail begint met een eerste concept. Onze regel: Copilot maakt het concept, de medewerker controleert en beslist.